Ziekmelding De werknemer meldt zich bij arbeidsongeschiktheid voor 09.00 uur ’s ochtends telefonisch af bij de werkgever.
Dit geldt ook als de werknemer zich in het buitenland bevindt.
De werkgever informeert naar de verwachte duur van het verzuim en maakt een vervolgafspraak met de werknemer voor een volgend contact.
De werkgever legt de ziekmelding vast, waar de werknemer verblijft en hoe deze bereikbaar is. Deze informatie geeft de werkgever door aan de bedrijfsarts / Arbodienst.
De werknemer werkt mee aan zijn spoedig herstel en doet er alles aan om zo snel mogelijk het werk weer te kunnen hervatten.
De werknemer moet alle adviezen van zijn (bedrijfs)arts opvolgen.
De werknemer verricht tijdens zijn verzuim geen betaalde arbeid en geen vrijwilligerswerk, tenzij hij hiervoor toestemming heeft van de (bedrijfs)arts.
Betermelding De werknemer meldt zich direct beter bij de werkgever, als hij hersteld is en weer beschikbaar is voor het werk.
De werkgever legt het herstel vast en geeft deze informatie door aan de bedrijfsarts / Arbodienst.
Bereikbaarheid De werknemer is tijdens zijn ziekteverzuim bereikbaar voor de werkgever en de bedrijfsarts/Arbodienst.
De werkgever houdt geregeld contact met de zieke werknemer om te spreken over het verloop van het ziekteverzuim.
Als de werknemer verandert van verblijfadres, dan geeft hij dit direct door aan de werkgever, bijvoorbeeld van ziekenhuis naar huis.
Arbodienst / bedrijfsarts De Arbodienst/bedrijfsarts stuurt de werknemer een ‘eigen verklaring’ toe. Hierop geeft de werknemer aan, wat de aard van de klachten is en het te verwachten verloop van zijn ziekteverzuim.
De werknemer is gedurende de eerste twee weken aanwezig op zijn huis- of verpleegadres tot hij controle heeft gehad van de bedrijfsarts. Deze controle kan onaangekondigd plaatsvinden. De werknemer kan daarnaast worden opgeroepen door de bedrijfsarts. Hij moet aan deze oproep gehoor geven.
De werknemer moet meewerken aan medisch onderzoek om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen. Dit onderzoek wordt gedaan door de bedrijfsarts.
De werknemer mag alleen van huis voor een bezoek aan de behandelend arts of bedrijfsarts.
Na de periode van twee weken of na controle door de bedrijfsarts mag de werknemer buitenshuis, als daartegen geen medische bezwaren zijn en dit bijdraagt aan zijn herstel.
De werknemer kan de bedrijfsarts vragen om vrijstelling van de verplichting om thuis te blijven.
Sancties Bij niet naleving van bovengenoemde voorschriften krijgt de werknemer één keer een waarschuwing van de werkgever.
De werkgever legt deze waarschuwing schriftelijk vast.
Als de werknemer daarna opnieuw bovengenoemde voorschriften niet naleeft kan de werkgever in overeenstemming met artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek een loonsanctie treffen.
Ziek tijdens de vakantie Als de werknemer ziek wordt tijdens vakantie, meldt hij dit direct aan de werkgever.
De werknemer moet bij terugkeer een schriftelijke verklaring overleggen van een arts in de Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse taal.
De bedrijfsarts beoordeelt deze verklaring, waarna kan worden bepaald of één of meerdere dagen van de vakantie als ziektedagen worden aangemeld.
Re-integratie
1. De ondernemer stelt een re-integratiedossier op in de 4e week na de ziekmelding.
De Wet Verbetering Poortwachter verplicht de werkgever tot het aanleggen van een re-integratiedossier. In dit dossier worden alle inspanningen vastgelegd van werkgever en werknemer, die zijn ondernomen om te komen tot een succesvolle werkhervatting.
2. De bedrijfsarts / Arbodienst maakt een probleemanalyse in de 6e week na de ziekmelding.
Hierin staat een advies aan de werkgever en werknemer over herstel en werkhervatting van de werknemer. De analyse wordt zowel aan de werkgever als werknemer gestuurd.
3. De bedrijfsarts / Arbodienst maakt samen met de werknemer binnen 8 weken na ziekmelding, een plan van aanpak voor herstel.
De werkgever wijst een casemanager aan; deze kan werkzaam zijn bij de onderneming of bij de Arbodienst.
4. De werknemer is verplicht mee te werken aan alle re-integratieactiviteiten door bedrijfsarts / Arbodienst, werkgever en casemanager.
Onderdeel van de re-integratie kan zijn dat de werknemer aangepast werk krijgt aangeboden in het eigen bedrijf of daarbuiten.
De bedrijfsarts /Arbodienst adviseert over de aard van het aangepaste werk.
De werknemer is verplicht dit aangepaste werk te accepteren.
5. Uiterlijk op de eerste werkdag nadat de werknemer 42 weken ziek is, meldt de werkgever het verzuim aan het UWV. De zieke werknemer krijgt hiervan een afschrift.
6. Het UWV informeert de werkgever in week 44 over rechten en plichten, en over financiële risico´s die arbeidsongeschiktheid met zich meebrengt.
7. In week 52 maken werkgever en werknemer de balans op van de re- integratieactiviteiten. In deze evaluatie moet de werkgever vastleggen, wat er is gebeurd om de zieke werknemer weer aan het werk te krijgen. Deze evaluatie moet aan het eind van het tweede ziektejaar bij het re-integratieverslag worden gevoegd.
8. Rond de 87e ziekteweek evalueert de bedrijfsarts / Arbodienst op basis van de contacten met de werkgever en de werknemer het verloop van de re-integratie.
De bedrijfsarts / Arbodienst beschrijft dit in een re-integratieverslag, waarbij ook de visie van de werknemer wordt gevoegd. Van het UWV ontvangt de onderneming in deze periode een aanvraagformulier voor een eventuele uitkering in het kader van de WIA.
In het re-integratieverslag zitten meestal:
- oordeel van de werknemer;
- plan van aanpak, inclusief eventuele bijstellingen;
- eerstejaarsevaluatie plan van aanpak;
- eindevaluatie van het plan van aanpak;
- medische informatie
- probleemanalyse, inclusief eventuele bijstellingen;
- actueel oordeel bij de probleemanalyse.
9. Uiterlijk in week 91 wordt de WIA-beoordeling aangevraagd bij het UWV, op basis van het re-integratieverslag en het formulier WIA-keuring van het UWV.
10. Na week 104 valt de beslissing of de werknemer in aanmerking komt voor ontslag en daarmee onder de verantwoordelijkheid valt van het UWV. Is dit niet het geval, dan ontvangt de werkgever een mogelijke loonsanctie in de vorm va doorbetaling van het loon van de werknemer.
Second opinion Als de werknemer het niet eens is met de voorstellen van de werkgever, of het oordeel van de bedrijfsarts / Arbodienst, kan deze een second opinion aanvragen bij een (onafhankelijke) bedrijfsarts. De kosten zijn voor rekening van de werkgever, als deze arts valt onder het basiscontract. In overige situaties komen de kosten slechts voor rekening van de werkgever, als deze instemt met de keuze van de bedrijfsarts.
Het oordeel van de arts bindt werkgever, werknemer en bedrijfsarts of Arbodienst.
Naleving en sancties De werknemer is verplicht zich aan dit verzuimprotocol te houden. Indien dit niet gebeurt, is de werkgever gerechtigd om sancties op te leggen. Deze kunnen bestaan uit het opschorten van loondoorbetaling en het betalen van onnodig gemaakte kosten.